Versoepeling infiltratievoorzieningen: wat verandert er écht (en wat niet)?
- Prevebo
- 7 jan
- 3 minuten om te lezen
De afgelopen weken verschenen in de media verschillende artikels over een versoepeling van de regels rond infiltratievoorzieningen bij kleine tuinen en verbouwingen. Zo werd onder meer gesteld dat een wadi of infiltratievoorziening “niet langer verplicht zou zijn” bij kleine percelen of tuinen.
Die berichtgeving is onvolledig en deels incorrect. Als rioleringskeurder merken we intussen ook op het terrein dat dit voor verwarring zorgt bij bouwheren, architecten en aannemers.
In deze blog leggen we graag uit wat de recent verspreide omzendbrief OMG/2025/02 nu precies wijzigt — en vooral: wat niet.

De wetgeving is niet gewijzigd
Eerst en vooral dit:
👉 De Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening Hemelwater (GSV 2023) is niet aangepast.
De verplichtingen rond:
hemelwaterputten,
bovengrondse infiltratievoorzieningen (zoals Wadi’s),
dimensionering en toepassing,
blijven volledig van kracht.
Wat wél nieuw is, is een omzendbrief die werd verstuurd naar vergunningverlenende instanties (gemeenten, provincies, deputaties). Deze omzendbrief heeft als doel om hen meer houvast en uniformiteit te bieden bij het beoordelen van uitzonderingsaanvragen, voornamelijk bij residentiële projecten.
Wat is een omzendbrief?
Een omzendbrief:
❌ is geen wet
❌ wijzigt geen verordening
✅ geeft interpretatieve richtlijnen aan vergunningverleners
De kernboodschap van de omzendbrief is duidelijk:
Het doel van de hemelwaterverordening blijft hemelwater maximaal ter plaatse houden.
Afwijkingen zijn mogelijk, maar altijd op basis van een gemotiveerd verzoek en na beoordeling door de vergunningverlener.
Kleine tuinen: geen automatische vrijstelling, wel een mogelijkheid tot uitzondering
In de media werd verwezen naar “tuinen kleiner dan 100 m²” of “percelen smaller dan 6 meter”, alsof dit automatisch betekent dat geen infiltratie meer nodig is of ondergrondse infiltratie is toegestaan.
Dat klopt niet.
De omzendbrief stelt dat:
in bepaalde situaties (zoals tuinen kleiner dan 100m², percelen smaller dan 6 meter of tuinen met een beperkte diepte),
een ondergrondse infiltratie kan worden toegestaan,
of in uitzonderlijke gevallen zelfs geen infiltratievoorziening,
👉 maar uitsluitend als de vergunningverlener hiermee expliciet akkoord gaat, en dit gemotiveerd wordt in het dossier.
Er bestaat dus geen automatische vrijstelling.
Wel biedt het mogelijkheden om in kleine tuinen alternatieve oplossingen uit te werken.

Bovengronds blijft de norm
Belangrijk om te benadrukken:
Bovengrondse infiltratie geniet nog steeds de voorkeur
Ondergrondse infiltratie kan enkel wanneer deze onvermijdbaar is
Ook een infiltratievoorziening onder een wegneembaar terras wordt nog steeds als bovengronds beschouwd
Pas wanneer:
plaatsgebrek,
technische of juridische redenen,
of efficiënt ruimtegebruik
voldoende worden aangetoond, kan hiervan worden afgeweken — en enkel mits goedkeuring van de vergunningverlener.

Wat betekent dit concreet bij rioleringskeuring?
Voor erkende rioleringskeurders zoals Prevebo is de aanpak duidelijk en ongewijzigd:
De vergunning is altijd het uitgangspunt
Staat er geen afwijking of uitzondering expliciet vermeld?
→ Dan blijft een bovengrondse infiltratie verplicht
Is die niet aanwezig?
→ Dan moet de installatie afgekeurd worden
Een afwijking kan:
tegelijk met de vergunningsaanvraag,
of ook na het verlenen van de vergunning nog worden aangevraagd.
Maar pas wanneer er een schriftelijke bevestiging (mail of brief) is van de vergunningverlener waarin de afwijking wordt toegestaan, mag hiervan effectief worden afgeweken.
Samengevat:
De hemelwaterverordening blijft ongewijzigd
Bovengrondse infiltratie blijft de norm
Kleine tuinen krijgen geen automatische vrijstelling
Afwijkingen zijn mogelijk, maar alleen na gemotiveerd verzoek en goedkeuring
Bij keuring blijft de vergunning doorslaggevend
Heb je twijfels over uw concrete situatie, een lopend dossier of een geplande keuring?
Dan bekijken we dit bij Prevebo graag proactief samen, zodat verrassingen later vermeden kunnen worden.