Naar de hoofdinhoud
Prevebo

EPB & renovatie

EPB-eisen sinds 2025: wat veranderde voor nieuwbouw en IER?

Sinds 1 januari 2025 gelden enkele belangrijke wijzigingen binnen de Vlaamse EPB-regelgeving. Ze hebben vooral invloed op de keuze van het verwarmingssysteem en op de manier waarop nieuwbouwprojecten aan de eis voor hernieuwbare energie voldoen. De regels verschillen daarbij tussen nieuwbouw en een ingrijpende energetische renovatie (IER).

Gepubliceerd op Laatst bijgewerkt op

Energielabel als illustratie bij de Vlaamse EPB-eisen sinds 2025

Minimaal installatierendement van 130%

Voor nieuwbouw en ingrijpende energetische renovaties met een vergunningsaanvraag vanaf 1 januari 2025 geldt een minimaal installatierendement van 130% voor centrale verwarmingssystemen op de eigen site die water als transportmedium gebruiken.

De eis geldt zowel voor residentiële als niet-residentiële gebouwen. Een klassieke fossiele verwarmingsketel alleen volstaat daardoor niet meer. Wanneer een ketel in zo'n centraal watersysteem wordt gebruikt, moet minstens een warmtepomp worden toegevoegd om aan de EPB-eis te kunnen voldoen.

De 130%-eis geldt niet voor warmtenetten, luchtverwarmingssystemen zoals lucht-luchtwarmtepompen en plaatselijke verwarmingstoestellen zoals kachels.

Nieuwbouw: aardgas valt weg

Bij nieuwbouw en herbouw is voor vergunningsaanvragen vanaf 1 januari 2025 geen nieuwe aardgasaansluiting meer toegestaan. Daardoor is een hybride warmtepomp met een aardgasketel bij nieuwbouw geen oplossing wanneer daarvoor een nieuwe aardgasaansluiting nodig is.

Bij een IER ligt dat anders. Een IER valt niet automatisch onder het algemene verbod op nieuwe aardgasaansluitingen voor nieuwbouw, maar moet wel voldoen aan de toepasselijke EPB-eisen, waaronder de 130%-eis wanneer centrale verwarming met water als transportmedium wordt toegepast.

Hernieuwbare energie bij nieuwbouw: vanaf 2025 anders berekend

Voor nieuwbouw wordt het minimumaandeel hernieuwbare energie vanaf 2025 anders ingevuld. Omdat fossielvrij verwarmen bij nieuwbouw de standaard wordt, kijkt de EPB-regelgeving voor deze specifieke eis enkel nog naar eigen productie met zonne-energie, via zonnepanelen en/of een zonneboiler.

  • Nieuwbouwwoning: minstens 15 kWh/m² per jaar aan zonne-energie
  • Niet-residentiële nieuwbouweenheid: minstens 20 kWh/m² per jaar aan zonne-energie

Participatie in een project voor hernieuwbare energie blijft onder voorwaarden mogelijk als alternatief of aanvulling. Daarbij gelden bijkomende eisen.

Bij IER blijft de eis voor hernieuwbare energie anders

Voor een ingrijpende energetische renovatie veranderde het minimumaandeel hernieuwbare energie in 2025 niet. Zowel voor woongebouwen als voor niet-residentiële gebouwen geldt minstens 20 kWh/m² bruto vloeroppervlakte uit één of meerdere toegelaten hernieuwbare bronnen.

Bij IER kunnen onder de toepasselijke voorwaarden onder meer zonnepanelen, een zonneboiler, een warmtepomp, een warmtepompboiler of een geschikt warmtenet bijdragen aan het vereiste aandeel. De mogelijkheden zijn dus ruimer dan bij nieuwbouw.

Niet voldoen aan de hernieuwbare-energie-eis bij nieuwbouw

Een nieuwbouwproject dat niet voldoet aan het verplichte minimumaandeel hernieuwbare energie krijgt een strengere maximale E-peileis. Voor een residentiële nieuwbouweenheid wordt het maximale E-peil dan 15% strenger.

De concrete EPB-berekening moet altijd projectspecifiek gebeuren. Het is daarom verstandig om de keuze van technieken al tijdens het ontwerp in de EPB-berekening te laten controleren.

Lagetemperatuurverwarming is geen nieuwe eis van 2025

Bij residentiële en niet-residentiële nieuwbouw met centrale verwarming op water geldt ook een eis voor lagetemperatuurverwarming: de ontwerpvertrektemperatuur mag maximaal 45°C bedragen. Die regel bestond al voor vergunningsaanvragen vanaf 2023 en mag daarom niet als een nieuwe maatregel van 2025 worden voorgesteld.

Wat betekent dit voor het ontwerp?

De verwarmingsinstallatie, zonne-energie en andere technieken hebben rechtstreeks invloed op het E-peil en de EPB-eisen. Keuzes zoals een warmtepomp, het afgiftesysteem en de hoeveelheid zonnepanelen worden daarom best vroeg in het ontwerp doorgerekend.

Prevebo kan binnen de EPB-verslaggeving nagaan hoe de gekozen technieken doorwerken in de EPB-berekening en of het project aan de toepasselijke eisen voldoet. Prevebo installeert de technieken niet en garandeert geen energieverbruik, energiekost of terugverdientijd.

Onze dienstverlening

EPB-verslaggeving

Bekijk wat Prevebo concreet voor uw project kan betekenen, of bezorg ons uw projectgegevens.