EPB & renovatie
EPB-eisen 2023 en 2024: welke regels golden voor nieuwbouw en IER?
EPB-eisen worden bepaald door de datum van de vergunningsaanvraag of melding. Voor projecten met een aanvraag van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2024 gold daarom een ander eisenpakket dan voor projecten die vanaf 2025 werden aangevraagd. Hieronder zetten we de belangrijkste wijzigingen uit die periode op een rij.
Gepubliceerd op Laatst bijgewerkt op

Let op: dit artikel beschrijft het EPB-eisenpakket voor aanvragen in 2023 en 2024. Voor vergunningsaanvragen vanaf 1 januari 2025 gelden ondertussen gewijzigde regels.
Hoger aandeel hernieuwbare energie vanaf 2023
Voor nieuwbouw en ingrijpende energetische renovaties werd het verplichte minimumaandeel hernieuwbare energie vanaf vergunningsaanvragen in 2023 verhoogd. De eisen verschilden daarbij tussen nieuwbouw en IER.
Nieuwbouw in 2023 en 2024
- Nieuwe woongebouwen: minstens 25 kWh/m² bruto vloeroppervlakte per jaar
- Nieuwe niet-residentiële gebouwen: minstens 35 kWh/m² bruto vloeroppervlakte per jaar
Het minimumaandeel kon volgens de toen geldende EPB-regels worden ingevuld met één of meerdere toegelaten hernieuwbare technieken. Ook volledige of gedeeltelijke participatie in een hernieuwbaar-energieproject was onder voorwaarden mogelijk.
Ingrijpende energetische renovatie
Voor een ingrijpende energetische renovatie met vergunningsaanvraag vanaf 1 januari 2023 gold minstens 20 kWh/m² bruto vloeroppervlakte per jaar uit één of meerdere toegelaten hernieuwbare bronnen. Dat gold zowel voor residentiële als niet-residentiële gebouwen.
Strengere E-peileis wanneer het hernieuwbare aandeel niet werd gehaald
Bij nieuwbouw kon het niet behalen van het verplichte aandeel hernieuwbare energie worden gecompenseerd door een strenger E-peil te behalen. Voor aanvragen vanaf 2023 werd die E-peilcompensatie aangescherpt tot 15%.
Voor een residentiële nieuwbouweenheid betekende dit dat bij gebruik van deze compensatieregeling maximaal E26 mocht worden behaald in plaats van E30.
De compensatieregeling verving de eis voor hernieuwbare energie niet zonder gevolg: het project moest dan aan het strengere E-peil voldoen. Bij een IER bleef een andere compensatieregeling van toepassing.
Lagetemperatuurverwarming verplicht bij nieuwbouw
Vanaf vergunningsaanvragen in 2023 kwam er voor nieuwbouw een installatie-eis voor centrale verwarming met water als transportmedium. De ontwerpvertrektemperatuur van het verwarmingssysteem mocht maximaal 45°C bedragen.
De eis gold voor nieuwbouw van zowel residentiële als niet-residentiële gebouwen wanneer centrale verwarming met water werd toegepast. Het doel was gebouwen geschikt te maken voor efficiënte lagetemperatuurverwarming.
Wanneer niet aan deze installatie-eis werd voldaan, werd de maximale E-peileis aangescherpt. De EPB-berekening bepaalde projectspecifiek wat dit betekende.
S-peil en compensatie bij nieuwe woningen
Voor nieuwe woongebouwen gold in 2023 en 2024 in principe maximaal S28. Sinds 2022 bestond echter een compensatiemogelijkheid voor woningen die S28 net niet haalden.
Een nieuwe wooneenheid met S29, S30 of S31 kon voor aanvragen vanaf 2023 toch aan de S-peileis voldoen wanneer onder andere een E-peil van maximaal E20 werd behaald.
Bij gebruik van deze S-peilcompensatie moest de woning bovendien effectief voldoen aan de eis voor het minimumaandeel hernieuwbare energie en aan de toepasselijke eis voor lagetemperatuurverwarming. Die eisen konden daarbij niet zelf opnieuw via een E-peilcompensatie worden omzeild.
Uitzondering voor een bestaande ketel of warmtepomp bij renovatie
Voor bepaalde renovaties en functiewijzigingen voorziet de EPB-regelgeving een uitzondering op het minimale installatierendement voor ruimteverwarming wanneer een bestaande ketel of warmtepomp behouden blijft.
Voor aanvragen vanaf 2023 kan die uitzondering gelden wanneer tegelijk aan de toepasselijke voorwaarden is voldaan.
- Het gaat om een renovatie of functiewijziging waarbij de bestaande ketel of warmtepomp behouden blijft
- De ketel of warmtepomp is op het moment van de vergunningsaanvraag niet ouder dan 15 jaar
- De vloeroppervlakte die door nieuwe of vernieuwde afgifte-elementen wordt verwarmd, bedraagt minder dan 25% van de totale bruikbare vloeroppervlakte
Dit is een specifieke uitzondering binnen de installatie-eisen en mag niet worden geïnterpreteerd als een algemene vrijstelling van de EPB-eisen bij renovatie.
Welke eisen golden verder voor residentiële nieuwbouw?
Voor een nieuwe wooneenheid met aanvraag in 2023 of 2024 gold onder meer maximaal E30 en maximaal S28, naast de isolatie-, ventilatie-, oververhittings-, hernieuwbare-energie- en installatie-eisen die op het project van toepassing waren.
En voor een residentiële IER?
Voor een ingrijpende energetische renovatie van een woongebouw met aanvraag in 2023 of 2024 gold maximaal E60. Daarnaast golden onder meer maximale U-waarden voor nieuwe en na-geïsoleerde constructiedelen, ventilatie-eisen en minstens 20 kWh/m² hernieuwbare energie per jaar.
Waarom blijft de aanvraagdatum belangrijk?
EPB-eisen evolueren doorheen de tijd. Een project met een vergunningsaanvraag uit 2023 of 2024 moet daarom worden beoordeeld volgens het eisenpakket dat bij die aanvraagdatum hoort, ook wanneer de werken of de EPB-aangifte pas later worden uitgevoerd.
Voor vergunningsaanvragen vanaf 1 januari 2025 gelden ondertussen andere regels, onder meer voor het installatierendement, hernieuwbare energie en aardgasaansluitingen.
EPB-eisen correct laten bepalen
Prevebo kan binnen de EPB-verslaggeving bepalen welk eisenpakket bij de aanvraagdatum en aard van het project hoort en de EPB-berekening en aangifte begeleiden. De toepasselijke eisen worden steeds projectspecifiek beoordeeld.
Meer lezen in het Kenniscentrum
