Naar de hoofdinhoud
Prevebo

EPB & technieken

Aardgas bij nieuwbouw en renovatie sinds 2025: wat zijn de regels?

Sinds 2025 zijn de Vlaamse regels rond aardgas en verwarming verder aangescherpt. Bij nieuwbouw en herbouw is een nieuwe aardgasaansluiting niet meer toegestaan. Bij bestaande gebouwen en gewone renovaties is aardgas niet algemeen verboden, terwijl voor ingrijpende energetische renovaties bijkomende EPB-eisen gelden voor het verwarmingssysteem. Het is daarom belangrijk om het onderscheid tussen nieuwbouw, gewone renovatie en IER correct te maken.

Gepubliceerd op Laatst bijgewerkt op

Aardgasleidingen als illustratie bij de Vlaamse regels voor aardgas en EPB

Geen aardgasaansluiting meer bij nieuwbouw en herbouw

Voor omgevingsvergunningsaanvragen vanaf 1 januari 2025 mag bij nieuwbouw geen nieuwe aansluiting op het aardgasnet meer worden voorzien. De regel geldt zowel voor woongebouwen als voor niet-residentiële gebouwen.

Ook sloop en heropbouw valt voor deze regeling onder nieuwbouw. Wie een bestaand gebouw sloopt en vervangt door een nieuw gebouw, kan voor een vergunningsaanvraag vanaf 2025 dus evenmin rekenen op een aardgasaansluiting.

De datum van de vergunningsaanvraag is bepalend. Het gaat niet om de datum waarop de werken starten of de installatie wordt geplaatst.

Welke verwarmingssystemen zijn dan mogelijk bij nieuwbouw?

Omdat aardgas bij nieuwbouw geen optie meer is, moet de warmtevoorziening fossielvrij worden ontworpen. Een warmtepomp is daarbij een voor de hand liggende oplossing. Ook aansluiting op een warmtenet kan, wanneer dat beschikbaar is.

Andere technische oplossingen kunnen onder bepaalde voorwaarden mogelijk zijn, maar moeten altijd worden getoetst aan de toepasselijke EPB-eisen. Directe elektrische verwarming is bijvoorbeeld niet algemeen verboden, maar heeft doorgaans een ongunstige invloed op het E-peil, behalve bij een zeer lage warmtevraag.

Wat verandert er voor een ingrijpende energetische renovatie?

Een ingrijpende energetische renovatie is geen nieuwbouw. Het algemene verbod op een aardgasaansluiting vanaf 2025 mag daarom niet automatisch worden toegepast op elke IER.

Voor vergunningsaanvragen vanaf 1 januari 2025 geldt bij zowel nieuwbouw als IER wel een belangrijke EPB-eis: centrale verwarmingssystemen die water als transportmedium gebruiken, moeten een minimaal installatierendement van 130% behalen.

Een klassieke fossiele verwarmingsketel alleen haalt die eis niet. Wanneer bij zo’n centraal watersysteem nog een ketel wordt toegepast, is minstens de combinatie met een warmtepomp nodig, bijvoorbeeld in een hybride systeem.

Het minimale installatierendement van 130% geldt niet op dezelfde manier voor warmtenetten, luchtverwarmingssystemen en plaatselijke verwarmingstoestellen. De concrete EPB-beoordeling hangt dus af van het gekozen systeem.

Waarom kan een hybride warmtepomp bij nieuwbouw niet de oplossing zijn?

Een hybride warmtepomp combineert een warmtepomp met een ketel, bijvoorbeeld op aardgas. Bij een IER kan zo’n combinatie onder de toepasselijke voorwaarden een manier zijn om het vereiste installatierendement te behalen.

Bij nieuwbouw ligt dat anders: omdat een nieuwe aardgasaansluiting voor vergunningsaanvragen vanaf 2025 niet meer is toegestaan, is een hybride systeem met aardgas daar geen oplossing wanneer daarvoor een aardgasaansluiting nodig is.

En bij een gewone renovatie of bestaand gebouw?

Voor bestaande gebouwen geldt geen algemeen verbod op aardgas zoals bij nieuwbouw. Een bestaande woning kan dus nog met aardgas worden verwarmd en een gasketel kan nog worden vervangen of geplaatst wanneer de toepasselijke regelgeving dat toelaat.

Ook een nieuwe aardgasaansluiting bij een bestaand gebouw kan nog mogelijk zijn wanneer het gebouw aansluitbaar is op het aardgasnet. Sinds 2025 wordt daarvoor wel de werkelijke aansluitkost aangerekend.

Een gewone renovatie mag daarbij niet worden verward met een ingrijpende energetische renovatie. Bij een IER gelden vanaf 2025 de strengere EPB-eisen voor het installatierendement zoals hierboven beschreven.

Wat betekent de 130%-eis concreet?

De eis van 130% is een EPB-eis voor het installatierendement van de opwekkers van centrale verwarming wanneer water als transportmedium wordt gebruikt. Ze mag niet worden gelezen als een rendement dat u rechtstreeks op het technische fiche van één toestel kunt aflezen.

Het gekozen verwarmingsconcept moet daarom al tijdens het ontwerp correct in de EPB-berekening worden opgenomen. Zo kan worden nagegaan of de combinatie van technieken aan de toepasselijke eis voldoet.

Aardgasverbod en EPB zijn twee verschillende regels

Het verbod op een aardgasaansluiting bij nieuwbouw enerzijds en de EPB-eis voor het installatierendement anderzijds zijn twee afzonderlijke regels. Bij nieuwbouw zijn beide relevant. Bij een IER geldt de EPB-eis, maar mag het algemene nieuwbouwverbod op een aardgasaansluiting niet zonder meer worden overgenomen.

Verwarmingssysteem vroeg in het ontwerp bepalen

De keuze van het verwarmingssysteem heeft een belangrijke invloed op de EPB-berekening, het E-peil en de overige energieprestatie-eisen. Daarom wordt die keuze best vroeg in het ontwerp afgestemd op de isolatiegraad, de warmtebehoefte en de andere technieken van het gebouw.

Prevebo kan binnen de EPB-verslaggeving berekenen hoe een gekozen verwarmingsconcept doorwerkt in de energieprestatie van het project. Prevebo installeert zelf geen verwarmingssystemen en garandeert geen energiekosten of terugverdientijden.

Onze dienstverlening

EPB-verslaggeving

Bekijk wat Prevebo concreet voor uw project kan betekenen, of bezorg ons uw projectgegevens.