Prevebo & sector
Materiaalprestatieverslaggever vanaf 2028: wat verandert er voor de bouwsector?
Tot vandaag ligt bij duurzaam bouwen de nadruk vooral op het energieverbruik van een gebouw. Europa wil voortaan ook rekening houden met de klimaatimpact van de gebruikte bouwmaterialen. Daarom wordt vanaf 2028 voor bepaalde nieuwbouwprojecten een berekening van de materiaalprestatie verplicht. In de praktijk wordt hiervoor vaak gesproken over een materiaalprestatieverslaggever. In de huidige Vlaamse ontwerpregelgeving wordt de officiële term MP-verantwoordelijke gebruikt.
Gepubliceerd op Laatst bijgewerkt op

Laatste update: 26 augustus 2026 De Vlaamse regelgeving is momenteel nog in ontwikkeling. Prevebo werkt dit artikel bij zodra er nieuwe beslissingen zijn over het toepassingsgebied, de werkwijze of de opleiding van de materiaalprestatieverslaggever.
Wat is de materiaalprestatie van een gebouw?
De materiaalprestatie geeft weer welke milieu-impact een gebouw veroorzaakt doorheen zijn volledige levenscyclus. Het gaat niet alleen over de productie van beton, staal, isolatie, glas en andere bouwmaterialen, maar ook over:
- het transport van materialen;
- de uitvoering van de bouwwerken;
- onderhoud en vervanging;
- het energiegebruik tijdens de gebruiksfase;
- afbraak, afvalverwerking, hergebruik en recyclage.
De belangrijkste Europese indicator wordt het Global Warming Potential, afgekort als GWP. Deze waarde drukt de totale bijdrage van het gebouw aan de klimaatopwarming uit in CO₂-equivalenten.
Welke verplichtingen heeft Europa vastgelegd?
De herziene Europese richtlijn betreffende de energieprestatie van gebouwen, de EPBD, voorziet een gefaseerde invoering:
- Vanaf 1 januari 2028: berekening van het GWP voor nieuwe gebouwen met een bruikbare vloeroppervlakte van meer dan 1.000 m².
- Vanaf 1 januari 2030: uitbreiding naar alle nieuwe gebouwen.
- Vanaf 2030: invoering van streefwaarden en maximale grenswaarden voor het GWP van nieuwe gebouwen.
De lidstaten moeten uiterlijk op 1 januari 2027 een routekaart publiceren waarin ze aangeven hoe ze deze grenswaarden en een geleidelijke daling van de klimaatimpact zullen invoeren.
Vanaf 2028 gaat het dus in eerste instantie vooral om een berekenings- en rapporteringsverplichting. De concrete maximale scores waaraan nieuwe gebouwen moeten voldoen, volgen pas vanaf 2030.
Hoe wordt dit in België en Vlaanderen aangepakt?
De concrete bouwregelgeving wordt in België door de gewesten uitgewerkt. Vlaanderen, Brussel en Wallonië stemmen hun aanpak op elkaar af en erkennen TOTEM als het Belgische rekeninstrument voor de materiaalprestatie van gebouwen.
TOTEM staat voor Tool to Optimise the Total Environmental impact of Materials. De tool laat toe om de milieu-impact van een volledig gebouw te berekenen en verschillende ontwerpen of materiaalkeuzes met elkaar te vergelijken.

Europa verplicht in eerste instantie alleen de berekening van het GWP. Via TOTEM kan daarnaast ook de bredere milieu-impact van het gebouw worden berekend. Die bijkomende indicatoren zouden voorlopig vooral informatief worden weergegeven.
Wat is al beslist in Vlaanderen?
De Vlaamse Regering gaf op 17 juli 2026 een tweede principiële goedkeuring aan het voorontwerp van decreet waarmee de verplichting in de Vlaamse regelgeving moet worden opgenomen.
Het gaat momenteel nog om een voorontwerp. De tekst wordt voorgelegd aan de Raad van State en moet daarna nog het verdere wetgevende traject doorlopen. De hoofdlijnen zijn wel al duidelijk.
Vlaanderen plant onder meer:
- een verplichte materiaalprestatieberekening;
- een MP-startverklaring vóór de aanvang van de werken;
- een indicatief en een definitief materiaalprestatiecertificaat, of MPC;
- een materiaalprestatiedatabank bij OVAM;
- een gecertificeerde MP-verantwoordelijke;
- een koppeling met het EPC Bouw.
Volgens het huidige voorontwerp zal de rol van MP-verantwoordelijke in de eerste fase kunnen worden opgenomen door een architect of EPB-verslaggever die hiervoor bijkomend gecertificeerd is. De concrete opleidings-, certificatie- en bijscholingsvoorwaarden moeten nog worden uitgewerkt.
Hoe zal de materiaalprestatieverslaggeving waarschijnlijk verlopen?
De definitieve werkwijze ligt nog niet volledig vast. Op basis van het huidige Vlaamse voorstel zal het proces waarschijnlijk sterk aansluiten bij de bestaande EPB-verslaggeving.
1. Aanstelling van een MP-verantwoordelijke
De bouwheer of andere aangifteplichtige zal vóór de start van de werken een gecertificeerde MP-verantwoordelijke moeten aanstellen.
2. Berekening tijdens de ontwerpfase
De materiaalprestatie zal op basis van het ontwerp worden berekend met TOTEM. Hierdoor kunnen verschillende constructies en materiaalkeuzes al vóór de uitvoering met elkaar worden vergeleken.
3. MP-startverklaring
Vóór de aanvang van de werken wordt een MP-startverklaring ingediend. De voorlopige berekening resulteert in een indicatief materiaalprestatiecertificaat. De bedoeling is om deze stap zoveel mogelijk te laten samenvallen met de voorlopige energieprestatieverklaring.
4. Opvolging tijdens de uitvoering
Wijzigingen aan materialen of constructieopbouwen zullen moeten worden bijgehouden. Aannemers, architecten en leveranciers zullen daarvoor de nodige productinformatie en bewijsstukken moeten bezorgen.
5. Definitief materiaalprestatiecertificaat
Na uitvoering volgt een definitief MPC met de definitieve GWP-score van het gebouw. Op het EPC Bouw zou een voorlopige GWP-score worden getoond, met een digitale verwijzing naar het volledige materiaalprestatiecertificaat.
Wat moet Vlaanderen nog beslissen?
Heel wat praktische onderdelen moeten nog in het VLAREMA, uitvoeringsbesluiten en ministeriële besluiten worden vastgelegd. Het gaat onder andere over:
- het exacte toepassingsgebied en de overgangsregeling;
- het verplichte modelleringsprotocol voor TOTEM;
- de bewijsstukken die moeten worden bijgehouden;
- de opleiding en certificatie van de MP-verantwoordelijke;
- de kwaliteitscontroles en mogelijke sancties;
- de eventuele retributie voor het materiaalprestatiecertificaat;
- de concrete GWP-grenswaarden vanaf 2030.
De eerste Vlaamse verplichtingen zijn voorzien voor 1 januari 2028, maar de praktische details kunnen dus nog wijzigen. Ook het niveau van integratie tussen de EPB- en materiaalprestatieberekening ligt nog niet volledig vast.
Wat betekent dit voor de bouwheer?
Voor bouwheren betekent de nieuwe verplichting dat materiaalkeuzes vroeger in het bouwproces moeten worden vastgelegd en beter moeten worden gedocumenteerd.
Daarnaast moet rekening worden gehouden met:
- de tijdige aanstelling van een MP-verantwoordelijke;
- een bijkomende studie- en verslaggevingskost;
- mogelijke gevolgen van materiaalwijzigingen tijdens de uitvoering;
- het verzamelen en bewaren van technische productinformatie;
- een zichtbare GWP-score op of via het EPC.
De berekening biedt tegelijk een kans om verschillende ontwerpen objectief te vergelijken en de milieu-impact van een gebouw te beperken.
Wat betekent dit voor architecten en aannemers?
Voor architecten wordt de materiaalprestatie een bijkomend ontwerpparameter naast energieprestatie, stabiliteit, akoestiek, brandveiligheid en kostprijs. Constructiekeuzes, materiaalhoeveelheden en levensduur zullen mee de uiteindelijke score bepalen.
Aannemers zullen vooral correcte informatie moeten bezorgen over de werkelijk toegepaste materialen. Een technisch gelijkwaardig alternatief heeft immers niet noodzakelijk dezelfde milieu-impact. Materiaalwijzigingen zullen daarom beter moeten worden gecommuniceerd en gedocumenteerd.
Ook bestekken en aannemingsovereenkomsten zullen hierop moeten worden aangepast, zodat duidelijk is wie welke informatie en bewijsstukken moet aanleveren.
Prevebo volgt de regelgeving op de voet
De komst van de materiaalprestatieverslaggever of MP-verantwoordelijke wordt een belangrijke aanvulling op de bestaande EPB-verslaggeving. Door de berekening tijdig in het ontwerp te integreren, kunnen problemen en onverwachte aanpassingen tijdens de uitvoering worden vermeden.
Wij volgen de verdere uitwerking van de regelgeving, de TOTEM-methodiek en de certificatievoorwaarden nauwgezet op. Zodra het definitieve wettelijke kader wordt uitgerold en de vereiste opleiding en certificatie beschikbaar zijn, zetten wij onmiddellijk de nodige stappen om hiermee aan de slag te gaan.
Dankzij onze ervaring met EPB-verslaggeving, bouwkundige dossiers en TOTEM kunnen we deze nieuwe verplichting op termijn zo efficiënt mogelijk opnemen in het bestaande projectverloop.
Dit artikel wordt bijgewerkt zodra de Vlaamse overheid nieuwe informatie publiceert over de definitieve regelgeving, de opleiding van de MP-verantwoordelijke of de praktische invoering vanaf 2028.
