Naar de hoofdinhoud
Prevebo

EPC

EPC Niet-Residentieel (EPC NR): voor wie is het verplicht en wat staat erin?

Kantoren, winkels, scholen, zorggebouwen en andere niet-residentiële gebouwen vallen onder andere EPC-regels dan woningen. Voor grote niet-residentiële gebouweenheden is het EPC Niet-Residentieel, kortweg EPC NR, sinds 1 januari 2026 algemeen verplicht. Het certificaat combineert informatie over de energie-efficiëntie van het gebouw met gegevens over het werkelijke energiegebruik en het aandeel hernieuwbare energie.

Gepubliceerd op Laatst bijgewerkt op

Drie houten blokjes op een tafel met groene symbolen: een hand met blaadjes, de tekst NET ZERO en een recyclagesymbool.

Wat is een EPC Niet-Residentieel?

Het EPC Niet-Residentieel, meestal afgekort tot EPC NR, is het energieprestatiecertificaat voor niet-residentiële gebouweenheden. Het geeft inzicht in de energieprestatie van het gebouw en de installaties en toont daarnaast in welke mate het werkelijke energiegebruik wordt ingevuld met lokaal hernieuwbare energie of restwarmte.

Het EPC NR verschilt daardoor fundamenteel van het EPC van een woning. Het bevat zowel een theoretische energiescore als een energielabel dat mee gebaseerd is op gemeten energiegebruik.

Voor welke gebouwen is een EPC NR verplicht?

Sinds 1 januari 2026 moet elke grote niet-residentiële gebouweenheid in Vlaanderen over een EPC NR beschikken. Die algemene verplichting geldt dus niet alleen wanneer het gebouw wordt verkocht of verhuurd.

Niet-residentieel omvat uiteenlopende bestemmingen, zoals kantoren, handelszaken, scholen, zorggebouwen, horeca en andere gebouwen die niet hoofdzakelijk voor wonen, industrie of landbouw worden gebruikt.

De EPC-verplichting wordt per gebouweenheid beoordeeld. De afbakening van de juiste gebouweenheid is daarom een belangrijke eerste stap.

Wat is een grote niet-residentiële gebouweenheid?

Een grote niet-residentiële gebouweenheid is in deze regelgeving een eenheid die niet aan alle voorwaarden van een kleine niet-residentiële eenheid voldoet. Alleen naar één oppervlaktecijfer kijken is daarom niet voldoende.

Een kleine niet-residentiële eenheid heeft maximaal 500 m² bruikbare vloeroppervlakte. Daarnaast mag het aaneengesloten geheel van niet-residentiële eenheden waarvan ze deel uitmaakt niet groter zijn dan 1000 m² en mag dat geheel geen niet-residentiële eenheid bevatten die groter is dan 500 m².

Een ruimte van minder dan 500 m² is dus niet automatisch een kleine niet-residentiële eenheid. Ook de andere eenheden in het aaneengesloten niet-residentiële geheel spelen een rol.

EPC NR of EPC Klein Niet-Residentieel?

Voldoet een gebouweenheid aan de voorwaarden voor klein niet-residentieel, dan kan de eigenaar kiezen voor een EPC Klein Niet-Residentieel (EPC kNR) of voor een EPC NR. Voor een grote niet-residentiële gebouweenheid is het EPC NR het aangewezen certificaat.

Beide certificaten gebruiken een andere methodiek. Het is daarom belangrijk vooraf correct te bepalen welk traject op de gebouweenheid van toepassing is.

Wie mag een EPC NR opmaken?

Een EPC NR wordt opgemaakt door een erkende energiedeskundige type D. De deskundige onderzoekt de gebouweenheid, verzamelt de vereiste bewijsstukken en energiegegevens en verwerkt die volgens de officiële EPC NR-methodiek.

Wat is het verschil tussen de energiescore en het energielabel?

De energiescore geeft een theoretische beoordeling van de energie-efficiëntie van de gebouweenheid. Daarbij worden onder meer de gebouwschil en technische installaties beoordeeld.

Het energielabel bekijkt een ander aspect. Het wordt bepaald op basis van het gemeten totale energiegebruik en het aandeel daarvan dat wordt ingevuld met lokaal opgewekte hernieuwbare energie of gebruikte restwarmte.

Een EPC NR-label mag daarom niet rechtstreeks worden vergeleken met het EPC-label van een woning. De achterliggende methodiek en betekenis zijn verschillend.

Welke informatie is nodig voor een EPC NR?

Voor de opmaak zijn zowel gegevens over het gebouw en de installaties als energiegegevens nodig. Denk bijvoorbeeld aan informatie over isolatie, beglazing, verwarming, koeling, ventilatie, verlichting en de aanwezige systemen voor hernieuwbare energie of restwarmte.

Voor het energielabel zijn ook meetgegevens over het werkelijke energiegebruik belangrijk. Wanneer verplichte metingen ontbreken, kan het energielabel niet altijd worden bepaald.

Wat staat er op het certificaat?

  • Energielabel en doelstelling
  • Theoretische energiescore
  • Informatie over het totale energiegebruik
  • Aandeel hernieuwbare energie en restwarmte
  • Beoordeling van gebouwschil en installaties
  • Overzicht van relevante technische kenmerken
  • Generieke aanbevelingen om de energieprestatie te verbeteren

De aanbevelingen vormen een nuttig vertrekpunt, maar zijn geen volledig renovatieplan. Niet-residentiële gebouwen verschillen sterk in gebruik, installaties en technische complexiteit, waardoor verdere studie vaak nodig is voor concrete renovatiebeslissingen.

Hoe lang blijft een EPC NR geldig?

Een EPC NR is maximaal vijf jaar geldig vanaf de datum van opmaak. Het certificaat kan vroeger vervallen, bijvoorbeeld wanneer de bestemming van de gebouweenheid wijzigt of wanneer een nieuw EPC voor dezelfde eenheid wordt ingediend.

Welke labelverplichtingen volgen nog?

De aanwezigheid van een EPC NR en het behalen van een minimaal energielabel zijn twee verschillende verplichtingen. Sinds 2026 moet elke grote niet-residentiële gebouweenheid een EPC NR hebben.

Voor bepaalde grote publieke en overheidsgebouwen geldt vanaf 1 januari 2028 een minimale labelverplichting. Vanaf 1 januari 2030 moet elke grote niet-residentiële gebouweenheid minstens label E aantonen met een geldig EPC NR.

Een geldig EPC hebben betekent dus niet automatisch dat ook aan toekomstige minimale labelverplichtingen wordt voldaan.

EPC-plicht en renovatieverplichting zijn niet hetzelfde

Naast de algemene EPC-plicht kunnen bij verkoop, andere overdrachten, erfpacht of opstalrecht afzonderlijke renovatieverplichtingen gelden. Die verplichtingen hebben een eigen toepassingsgebied en mogen niet worden verward met de verplichting om over een EPC NR te beschikken.

Hoe bereidt u de opmaak voor?

Een goede voorbereiding maakt het mogelijk om de gebouweenheid en de beschikbare gegevens correct in kaart te brengen. Verzamel daarom waar mogelijk plannen, facturen en technische documentatie van de gebouwschil en installaties, samen met de relevante gegevens over energiegebruik en lokale energieproductie.

Prevebo maakt EPC’s Niet-Residentieel op met erkende energiedeskundigen type D en kan vooraf mee bepalen welke gebouweenheden en gegevens voor de opdracht relevant zijn.

Heeft u een niet-residentieel gebouw en weet u niet zeker welk EPC nodig is? Laat eerst het toepassingsgebied en de afbakening van de gebouweenheid controleren.

Onze dienstverlening

EPC niet-residentieel

Bekijk wat Prevebo concreet voor uw project kan betekenen, of bezorg ons uw projectgegevens.